DANSLES

Het was in de eerste helft van de jaren zeventig dat ik op dansles zat. Het was te doen in Café Spoorzicht. Aan de ene kant van de zaal stonden de heren. Nou ja, ‘heren’? Boerenpummels waren het, boerenpummels in postorderbedrijfcolbertjes met te korte broeken, wollen sokken, rouwrandjes onder hun nagels en Brylcreem in hun haar. Ik was anders. Ik las wekelijks de Hitweek, ik vorderde lekker in Sartre, ik schreef gedichten. Ik voelde mij mijlenver verheven boven deze botte landarbeiders.

De meeste meisjes waren ook niks: meer worstelaars dan ballerina’s. Op die ene blondine na dan. Het zou best eens Claudia Schiffer geweest kunnen zijn, want ze was van Duitse afkomst. Of tenminste familie.

En dan klonk het startsein. We werden geacht (Rustig, heren!) de vloer over te steken en een dame naar keuze ten dans te vragen. Minstens de helft stoof naar Claudia. Ik maakte geen schijn van kans. Een uitgestoken voet, een elleboogstoot, jammer dat die leraar niet aan rode kaarten deed. Ik had al tien danslessen een oogje op haar, maar ik was niet snel genoeg.

De cursus werd afgesloten met een ‘diner dansant’. We kregen namelijk ook wat les in etiquette. Voor die boerse analfabeten was dat geen overbodige luxe. Ze stonken naar Vim, daar poetsten ze hun tanden mee.

In de zaal was een lange tafel opgesteld. Ik had mij in gedragregels verdiept. Het zou mij niet overkomen dat ik de soep at met de dessertlepel, dat ik het wijnglas niet bij de steel vastpakte, dat ik de aardappeltjes door de groenten zou prakken.

Ik was Ontwikkeld, ik had Manieren.

En hoe ik het voor elkaar kreeg, ik kan het niet reconstrueren, maar ik wist de plek links naast Claudia te veroveren. Onderdeel 1 van de operatie was geslaagd.

Het diner nam een aanvang. Claudia raakte in gesprek met de man rechts naast haar en toonde mij haar rug (mooie rug). Daarna wisselde ze wat gedachten uit met de meisjes die tegenover haar zaten en ook daar kwam ik niet tussen. Ik werd genegeerd alsof ík fout was geweest in de oorlog.

Maar daar kwam mijn kans. Het hoofdgerecht was net geserveerd, de wijnglazen waren volgeschonken en Claudia verhief zich uit haar stoel, kennelijk van zins om nog even snel naar het toilet te gaan.

Ik was Ontwikkeld, ik had Manieren.

Ik wist dat de man indien de dame haar billen (goddelijke billen) van haar zitting verhief attent en vlot diende op te staan, de stoel bij de rugleuning moest pakken en de dame bewegingsvrijheid diende te geven om ongehinderd op te staan.

En of ik bij de les was! Speedy Gonzales, The Roadrunner, De Witte Tornado. Dus ik trok snel de stoel weg.

Claudia streek haar rok recht. En ging weer zitten. Daar waar geen stoel meer stond. Ze zocht houvast. Die vond ze: aan het tafelkleed. Het was een groot tafelkleed, en ze liet het niet los. Van alles schoof over de tafel. Borden, bestek en glazen kletterden op de vloer. En over Claudia.

Toen ben ik zelf maar naar de wc gegaan. En bij de wc rechtdoor. De straat op. Over het spoor. Jammer dat er niet net een trein aankwam.